Archives

3 beren komen thuis (Vierdebeer)

Op een dag kwamen de drie beren terug van een wandelingetje in het bos.

De voordeur van hun huisje stond open…

3-beren-komen-thuis

“Hee! Er heeft iemand op mijn stoel gezeten!”, brulde de grote beer.

“Hee! Er heeft iemand van mijn pap gegeten!”, riep de middelste beer.

“Hee! Er heeft iemand in mijn bed geslapen!”, piepte de kleine beer.

“En daar ligt-ie nog steeds!”

Uit het bedje van de kleine beer kwam luid gesnurk.

—————————————–

eerste schets voor m’n idee van een hervertelling van Goudlokje.
Titel: Vierdebeer.

Advertisements

2: Beren studie

2 berent1

2-beren2

ik ben beren aan het bestuderen. Voor een verhaaltje over Goudlokje dat ik heb bedacht: “Vierdebeer.”

Echte beren hebben opvallend ronde oren en de kleintjes lijken sprekend op teddyberen. Alsof ze hun best daarvoor doen.
Ik ben als de dood voor echte beren… misschien dat ik ze daarom een beetje triest heb getekend hier en daar.

Vandaag is de eerste keer dat ik teken terwijl er iemand anders in de kamer is, Robert, mijn man, zit te surfen op de bank. Het is daardoor extra moeilijk om mijn innerlijke criticus stil te houden. Raar.

Naast mijn penselenpot staat deze kaart van Sven Nordqvist:

Zijn werk van Petterson og Findus maakt me helemaal blij. De sfeer, de lol!

Als je naar zijn eerste boek kijkt zie je dat hij nog “beginner” was. Hij was een man met een architectuurachtergrond die ging tekenen. We kijken van een afstandje, naar een tableau, naar een scene die zich afspeelt op een duidelijk afgebakende locatie. De verdwijnpunten kloppen en de bovenkant van de tekening is ook de bovenrand van de muur.

In later werk van Nordqvist zitten we veel dichter op de vrienden en is de tekenstijl ook veel vrijer. Pettson is losser in zijn gezicht, zijn ogen zitten nu ín zijn bril, niet erachter. En zoveel grapjes aan de muur! Hij probeert niet meer het geheel van de keuken te laten zien.

De keuken is nog wel precies hetzelfde en ook alles wat zijn stijl eigen maakt was al in de eerste tekeningen aanwezig (Findus die ongeduldig is, rare beestjes, raar huis, hoe Pettson leeft)
Ik, als architectuurvrouw, raak extatisch van het zien van een dergelijke ontwikkeling plus het ingebouwde plezier vanaf het begin. Dat geeft me moed!

Hetzelfde “beginnerspul” kun je ook zien bij Bill Watterson, van Calvin and Hobbes.
Zijn eerste strips zijn nog wat houterig. Het is meer een concept wat hij tekent (“kereltje met grote mond en grote plannen”) dan dat hij de persoon Calvin tekent.

later wordt het een persoon:

Ook hier dingen die vanaf het begin er vast inzitten zoals het uiterlijk van de personages (maar de uitvoering is wel geëvolueerd, zoals je bijv. aan het gezicht van Hobbes kunt zien. Het zijn dezelfde lijnen en in dezelfde volgorde maar het resultaat is anders. Ook Calvin: zijn hoofd staat beter op zijn lijf en zijn neus en mond zitten niet meer in het midden van “het ei”) en vooral de mentaliteit van Calvin.

Het plezier dat die man met zijn penseel heeft!
Watterson’s werk vind ik daarom intimiderend, oud of niet. Hij was al heel lang een goede illustrator voordat hij deze strip begon.

Het briljante van Watterson is dat hij ook nog eens van stijl wisselt maar dat je nog wel in de wereld van Calvin & Hobbes bent.

Hoe krijgt hij het getekend?!